Kamplied2014

Er stond in brabants land
kasteel van steen en zand
bewoond door graaf diederik
Jacinta aan zijn hand
Ze woonden daar gelukkig
ze woonden daar plezant
Van Bergeijk, van bergeijk
van bergeijk tot eersel
ze woonden daar plezant


Fidello del Flasco
de minstreel van het hof
ik ben een rare jongen
maar verder ben ik tof
ik speel vrolijke liedjes
en drink graag op de pof
Van Bergeijk


Jacintha de gravin
de vrouw van het kasteel
getrouwd met graaf diederik
daarvan houdt zij heel veel
De mooiste vrouw van het land
een huid zo wit als sneeuw
Van Bergeijk…


Philippe du paturain
een beetje stijve vent
de dienaar van Jacintha
hij zit graag op z’n krent
vol met rare streken
daar zijn wij aan gewend
Van Bergeijk…


Sijntje Sientje Saartje
koken is hun vak
ze maken lekkere dingen
van griesmeel tot gebak
zonder pan in handen
zijn ze niet op hun gemak
van Bergeijk…

Sandala de Magier
een wijze oude man
die heel goed toveren kan
en ook genezen kan
met z’n toverspreuken
Houdt hij je in de ban
van bergeijk…


Hak de beul die engerd
pas daar maar goed voor op
want als je iets verkeerd doet
dan kost ’t zo je kop
hij werkt met bij en hakblok
en soms ook met de strop
van Bergeijk…


Pol de koene ridder
gezeten op z’n paard
getooid in glimmend harnas
en met een stoere baard
kan vechten als de beste
is meer dan tien man waard
van bergeijk…


Dwarrel is de hofnar
de dwaas van het kasteel
hij maakt voortdurend grappen
en plagen doet ie veel
is hij echt zo dom
of speelt ie soms toneel
Van bergeijk…


De week is nu ten einde
het feest dat is gered
na een week vol spanning
gaan we nu dan straks naar bed
en als we morgen op staan
is ’t over met de pret
Van bergeijk